Dualisme in Oisterwijk: waarom de gemeenteraad het college nauwelijks controleert

Op papier is alles keurig geregeld

Wie het coalitieakkoord Richting met Ruimte 2026-2030 leest, zou bijna denken dat Oisterwijk het toonbeeld van dualisme is geworden. De coalitie spreekt plechtig over “respect voor het dualisme tussen raad en college” en belooft zelfs ruimte voor wisselende meerderheden. Het klinkt bijna alsof de gemeenteraad het college dagelijks het vuur aan de schenen legt.

Dat klinkt indrukwekkend. Bijna alsof wethouders iedere donderdag met knikkende knieën de raadzaal binnenlopen.

De werkelijkheid is helaas een stuk minder spectaculair.

Dualisme is meer dan een paar nieuwe spelregels

Laten we eerst maar eens uitleggen wat dualisme eigenlijk is. Sinds 2002 kent Nederland officieel een dualistisch gemeentebestuur. Daarvoor was sprake van monisme. De bedoeling van die wetswijziging was simpel: de gemeenteraad stelt de kaders vast en controleert het college. Het college bestuurt en voert uit. De scheidsrechter moet immers niet tegelijk meespelen als spits.

Dat is de institutionele kant van het verhaal. Wethouders zijn geen raadslid meer. Er kwam een griffier. Er kwam een rekenkamer. Bevoegdheden werden anders verdeeld. Organisatorisch zag het er allemaal keurig uit.

Maar institutionele afstand is iets anders dan politieke afstand. Dualisme werkt pas echt als de gemeenteraad zich ook onafhankelijk van het college opstelt. En juist daar begint het te schuren.

Niet alleen de spelregels moesten veranderen, ook de spelers

De Staatscommissie Dualisme en lokale democratie, die aan de basis stond van de wetswijziging, had namelijk een veel grotere droom. Zij wilde de gemeentepolitiek openbreken. De gemeenteraad moest weer een zelfstandig politiek orgaan worden. Niet langer de verlengde arm van het college, maar een kritische controleur, die het bestuur scherp houdt. Sterker nog: de gemeenteraad moest weer het politieke hart van de gemeente worden. Niet alleen de spelregels moesten veranderen, ook de spelers.

En precies daar begint de Oisterwijkse schoen te knellen.

Het gebouw is verbouwd, de bewoners niet

Want ja, formeel is Oisterwijk volledig dualistisch ingericht. De raad benoemt de wethouders. De wethouders zitten niet meer in de raad. Iedereen heeft keurig zijn eigen stoel gekregen.

Herkenbare gemeentepolitiek

Alleen… op die stoelen zitten nog steeds dezelfde politieke families.

De wethouders komen uit PGB, VVD en D66. De coalitiefracties voelen zich vervolgens verantwoordelijk voor “hun” wethouder. En wie de sociale media van die partijen volgt, krijgt soms de indruk dat iedere stoeptegel, iedere boom en iedere lantaarnpaal persoonlijk door hun wethouder is uitgevonden. Kritische vragen? Die zijn blijkbaar alleen bedoeld voor de wethouders van een andere planeet.

Bestuurskundigen hebben daar een mooie naam voor: schijndualisme. Of, nog mooier, monistisch gedrag binnen een dualistisch stelsel.

Vrij vertaald: het gebouw is verbouwd, de meubels zijn verplaatst en iedereen heeft een nieuw naambordje gekregen. Alleen gedragen de bewoners zich nog precies zoals vóór de verbouwing.

Wie controleert eigenlijk het college?

Dat zie je ook terug in de Oisterwijkse gemeenteraad. Coalitiepartijen behoren hun eigen wethouders kritisch te controleren. In de praktijk functioneren zij echter vaak eerder als politieke beschermingsbrigade dan als onafhankelijke controleurs. Dat is ook niet zo vreemd. Als je zelf de wethouder hebt geleverd, ga je hem of haar niet iedere week publiekelijk fileren. Dat zou politieke zelfkastijding zijn, en daar zijn maar weinig partijen liefhebber van.

Het gevolg is dat de raad soms meer oogt als de supportersvereniging van het college dan als de toezichthouder die het volgens de wet zou moeten zijn. Juist dat was de bedoeling van de dualisering: niet het college, maar de gemeenteraad moest weer het politieke hart van de gemeente worden. Wie de Oisterwijkse verhoudingen bekijkt, krijgt echter regelmatig de indruk dat de raad vooral de bestuurskamer is geworden waar eerder genomen besluiten nog even van een officieel stempel worden voorzien.

Wisselende meerderheden? Vooral op papier

Voor echt dualisme is dus veel meer nodig dan een paar wetsartikelen uit 2002. Er is een cultuurverandering nodig. Raadsleden moeten zich eerst raadslid voelen en daarna pas coalitiepartner. Het college moet accepteren dat stevige kritiek niet hetzelfde is als verraad. Wisselende meerderheden moeten normaal worden in plaats van een uitzondering. En een wethouder moet niet automatisch kunnen rekenen op politieke rugdekking omdat hij toevallig hetzelfde partijkleurige jasje draagt als de fractie.

Juist dat laatste lijkt in Oisterwijk nog altijd heilig. Een wethouder van de oppositie bestaat immers niet. Dat zou het controleren een stuk eenvoudiger maken.

In het coalitieakkoord wordt gesproken over ruimte voor wisselende meerderheden. Dat klinkt prachtig. Maar wie de stemmingen in de raad volgt, ziet vooral een coalitie die zich als een goed geoliede tandem door de agenda fietst. Af en toe wiebelt er iemand een beetje, maar uiteindelijk trapt iedereen weer keurig hetzelfde rondje.

Dat is geen verwijt aan individuele raadsleden. Het is een constatering over het systeem dat we met elkaar in stand houden.

Mooie veren maken nog geen vliegende vogel

Alleen blijkt telkens weer dat die prachtige vogel niet kan vliegen.

Misschien moeten we daarom eerlijk zijn. Oisterwijk heeft inderdaad dualisme. Institutioneel klopt het plaatje helemaal. Politiek is het echter een ander verhaal. Zolang wethouders afkomstig blijven uit dezelfde coalitiepartijen, zolang coalitiefracties zich medeverantwoordelijk blijven voelen voor het succes van “hun” wethouder en zolang politieke loyaliteit belangrijker is dan onafhankelijke controle, blijft dualisme vooral een fraaie theorie.

De grootste ironie is misschien wel dat het coalitieakkoord trots spreekt over respect voor het dualisme.

Respect is er ongetwijfeld.

Maar respect alleen laat een systeem niet werken.

Mijn slotsom is dan ook eenvoudig. De Oisterwijkse coalitie pronkt graag met de veren van het dualisme. Alleen blijkt telkens weer dat die prachtige vogel niet kan vliegen. Hij fladdert een beetje, maar komt geen meter los van de politieke grond.

Disclaimer: Deze column geeft uitsluitend de persoonlijke mening van de auteur weer. Lezers zijn volledig vrij daar een andere mening op na te houden. Kritische controle wordt zelfs van harte aangemoedigd. Dat schijnt de bedoeling van dualisme te zijn. 😄

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven