Van samenwerking naar volgzaamheid
Soms zegt één zin meer dan een stapel beleidsnota’s. In het Oisterwijkse coalitieakkoord Richting met ruimte staat dat de richtinggevende principes en keuzes uit het Koersdocument Oostflank “volledig” worden overgenomen.
Volledig !
Dat woord is niet verdwaald in een bijlage of weggemoffeld tussen het maaibeleid en de afvalstoffenheffing. Het staat er pontificaal. Alsof de discussie al is afgerond en iedereen keurig in de rij is gaan staan.
En dat roept vragen op. Want jarenlang werd inwoners verteld dat SRBT gewoon samenwerking was. Een overlegtafel. Geen bestuurlijke stapeling. Geen sluiproute richting schaalvergroting. Zeker geen aantasting van Oisterwijkse zelfstandigheid.
Dat klonk geruststellend.
Van samenwerking naar samenvoeging: de grenspaal wordt telkens een stukje verzet
In 2020 stapte Oisterwijk in SRBT. Aan tafel zitten bij regionale plannen: logisch, verstandig, bijna saai genoeg om geen debat op te leveren. Over fusies werd niet gesproken. Over opgaan in een groter geheel al helemaal niet. Het was bestuurlijke koffie zonder cafeïne.
Maar ondertussen schoof het langzaam op. Eerst samenwerking, toen een gezamenlijke ontwikkelrichting, daarna een ruimtelijke koers. En uiteindelijk het Koersdocument Oostflank: een allesomvattend plan voor woningbouw, infrastructuur, economie, natuur en verkeer. Met een horizon waar je u tegen zegt.
In 2024 zette de gemeenteraad expliciet een streep in het zand: SRBT en Oostflank zijn géén nieuwe bestuurslaag. Maar tegelijk werd vastgelegd dat het wél een bindend beleidskader vormt. Met andere woorden: geen nieuwe baas, maar wel iemand die bepaalt wat je morgen doet. Dat heet in de volksmond een “vrije keuze met verplicht eindresultaat”.
En toen werd ook gezegd: een sluipfusie met Tilburg is onbespreekbaar. Dat was toen kennelijk nog helder genoeg om niet over te twisten. Maar die kaarten lijken nu anders geschud te zijn.
Meestal verdwijnt zelfstandigheid in keurige besluiten, goed onderbouwde documenten en breed gedragen processen. Zelden verdwijnt ze met één klap.
Tilburg staat niet in de achtertuin
Formeel blijft Oisterwijk zelfstandig. Dat herhaalt iedereen keurig. Geen fusie, geen nieuwe bestuurslaag, geen overdracht van bevoegdheden. En formeel klopt dat.
Maar politiek is geen juristenwedstrijd. Het gaat vooral over invloed en richting. Als grote ruimtelijke keuzes steeds vaker regionaal worden vastgezet, wordt de vraag niet óf je nog zelfstandig bent op papier, maar hoeveel er nog lokaal te kiezen valt zonder dat de uitkomst al in de regio-appgroep is afgestemd.
Niemand ligt wakker van SRBT. Mensen liggen wakker van verkeer, woningen en de vraag hoe hun omgeving eruitziet.
Iedereen zit in dezelfde trein
Het debat is ondertussen verschoven. In 2024 ging het nog over wél of niet meedoen. In 2026 gaat het vooral over hoe Oisterwijk binnen het regionale model voldoende invloed houdt.
En juist daar schuilt het risico.
Want bijna niemand in de Oisterwijkse politiek pleit openlijk voor een fusie met Tilburg. Integendeel. Vrijwel iedere partij zegt de zelfstandigheid van Oisterwijk belangrijk te vinden. Maar ondertussen stemmen veel van diezelfde partijen wel in met plannen, structuren en beleidskaders die de gemeente steeds steviger verankeren in een regionale koers. Dat hoeft geen probleem te zijn. Maar het roept wel de vraag op of je jarenlang bouwstenen aan kunt dragen voor verdere integratie en vervolgens verbaasd kunt zijn als er ooit een gebouw staat?
De één ziet regionalisering als kans. De ander als praktische noodzaak. Weer een ander probeert de lokale invloed veilig te stellen. Allemaal begrijpelijke standpunten. Maar wie uitsluitend kijkt naar de voordelen van vandaag, vergeet soms waar de route morgen kan eindigen.
En precies daarom is die éne zin uit het coalitieakkoord zo veelzeggend: de keuzes uit Oostflank worden “volledig” overgenomen.
Dat klinkt niet als een open discussie over verschillende richtingen. Dat klinkt als instappen in een trein waarvan de bestemming nog niet op het perronbord staat.
Tijd voor een eerlijk antwoord
Daarom is het tijd dat politieke partijen kleur bekennen.
Niet omdat morgen een fusiebesluit op tafel ligt. Dat ligt er niet.

Maar wel omdat de keuzes van vandaag bepalen welke opties er over tien of vijftien jaar nog over zijn.
Zien partijen SRBT en Oostflank als een samenwerkingsverband tussen zelfstandige gemeenten? Of accepteren zij dat deze ontwikkeling uiteindelijk kan uitmonden in steeds verdergaande samenvoeging?
Dat is geen theoretische vraag. Dat is precies de vraag die inwoners straks zullen stellen als opnieuw wordt gezegd dat een volgende stap “eigenlijk heel logisch” is.
Politieke partijen moeten daar nu al een klip-en-klaar antwoord op te geven. Anders dreigen zij over enkele jaren te ontdekken dat zij stap voor stap hebben meegewerkt aan precies datgene wat zij dachten te voorkomen. Want zelfstandigheid verdwijnt meestal niet abrupt en met veel tromgeroffel. Meestal verdwijnt zij via een reeks verstandige besluiten waar iedereen op dat moment mee kon leven.
Disclaimer: Deze column bevat een mening. Mijn mening. U mag daar gerust iets van vinden. Dat doe ik zelf ook.


