Een satirische blik op het magische succes van de gemeentelijke poortwachter
Er is iets prachtigs aan de hand met de Wet maatschappelijke ondersteuning, beter bekend als de Wmo. Het idee is nobel: we zorgen er samen voor dat ouderen, zieken en mensen met een beperking zo lang mogelijk zelfstandig thuis kunnen blijven wonen en naar hartenlust kunnen meedoen in de samenleving. Een wet met een warm hart voor onze meest kwetsbare medeburgers.
In Den Haag vinden ze dat zo’n goed idee dat ze er jaarlijks een flinke zak belastinggeld tegenaan gooien. Onze gemeente Oisterwijk mocht in 2025 bijvoorbeeld ruim 67 miljoen euro uit het gemeentefonds ontvangen. Een mooi bedrag.
Nu is die 67 miljoen een soort gezamenlijke portemonnee waar de gemeente in principe vrij over mag beschikken. Maar wie de jaarrekening goed bekijkt, ziet dat ongeveer 9,5 miljoen euro rechtstreeks is uitgegeven aan de Wmo. En dan hebben we het alleen nog over de uitgaven die letterlijk als “Wmo” in de boeken staan. De legers beleidsmedewerkers, consulenten, ICT-systemen, huisvesting en andere overhead zitten daar nog niet eens bij.
Kortom: het gaat om een miljoenenpost waar de gemeenteraad serieus toezicht op hoort te houden.
En hoe controleer je of dat geld goed wordt besteed?
Juist.
Met een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek.
Een enquête die moet laten zien hoe inwoners de toegang tot de Wmo en de verleende hulp hebben ervaren.
Het geheim van de blije burger
Volgens de gemeente is het doel van dit onderzoek simpel: de dienstverlening verbeteren. Daar valt weinig op af te dingen.
Maar precies daar begint de statistische acrobatiek.
Volgens het onderzoeksrapport zouden niet alleen inwoners met een toegekende Wmo-voorziening meedoen, maar óók inwoners die na hun aanvraag een negatieve beschikking kregen. Zo staat het letterlijk omschreven als doelgroep van het onderzoek.
Tot zover niets aan de hand.
Maar blader je vervolgens door naar de resultaten over de toegang tot de Wmo, dan gebeurt er iets wonderlijks.
Daar blijkt ineens dat honderd procent van de respondenten uiteindelijk een Wmo-voorziening kreeg toegewezen.
Honderd procent.
Niet negenennegentig.
Niet achtennegentig.
Nee. Honderd.
De afgewezen aanvragers zijn in de gepresenteerde resultaten volledig verdwenen.
Hoe dat kan?
Geen idee.
Het rapport legt dat nergens uit.
Misschien hebben alle afgewezen inwoners massaal besloten de vragenlijst niet in te vullen. Dat kan.
Misschien zijn ze onderweg ergens uit de analyse gevallen. Dat kan ook.
Feit is dat ze in de uiteindelijke uitkomsten onzichtbaar zijn.
En dat is nu precies het probleem.
De Grote Medische Truc
Stelt u zich eens voor dat het ETZ trots meldt dat honderd procent van de patiënten tevreden is over de behandeling.
De methode?
Ze sturen de enquête naar iedereen die volgens de onderzoeksopzet mee zou mogen doen.
Maar in het eindrapport blijken toevallig alleen de mensen over te zijn gebleven die gezond en wel het ziekenhuis uitliepen.
De patiënten bij wie de behandeling mislukte?
Die zijn nergens meer terug te vinden.
Een statisticus krijgt hier spontaan jeuk van. In het gemeentehuis noemen ze het waarschijnlijk gewoon een representatieve steekproef. Hoewel, in de raadsinformatiebrief schrijft het College wel dat tot de doelgroep alleen die inwoners behoren die een positieve beschikking hebben ontvangen. Het College voelde kennelijk al wat nattigheid.
De kunst van de statistische verdwijntruc

De vragen in het onderzoek gaan juist over de toegang tot de Wmo.
Voelde u zich serieus genomen?
Wist u waar u moest zijn?
Zocht de medewerker samen met u naar een oplossing?
Prima vragen.
Alleen wordt uiteindelijk uitsluitend zichtbaar hoe mensen die een voorziening kregen toegewezen die toegang hebben ervaren.
Maar juist de ervaringen van inwoners die géén voorziening kregen, of die zich tijdens het proces vastliepen, kunnen minstens zo waardevol zijn als je wilt weten of de toegang eerlijk, zorgvuldig en klantvriendelijk verloopt.
Of die mensen nauwelijks hebben gereageerd of buiten de uiteindelijke analyse zijn gevallen, blijft onduidelijk.
Maar in de gepresenteerde resultaten bestaan ze eenvoudigweg niet meer.
Dat is statistisch gezien geen detail.
Dat is een forse blinde vlek.
Een glanzend rapport met een ontbrekend hoofdstuk
Toch presenteert het college de resultaten alsof ze een betrouwbaar beeld geven van de ervaringen met de toegang tot de Wmo.
Dat is wel erg optimistisch.
Het rapport laat vooral zien hoe inwoners mét een toegekende voorziening de toegang hebben ervaren.
Over de inwoners die uiteindelijk buiten de boot vielen, leren we vrijwel niets.
Dat is alsof je een restaurant beoordeelt door alleen de gasten te interviewen die een tafeltje kregen, terwijl iedereen die buiten in de regen stond te wachten vriendelijk wordt verzocht vooral geen mening te hebben.
Het levert prachtige cijfers op.
Alleen vertellen ze niet het hele verhaal.
Een enkele reis richting prullenbak
De gemeenteraad doet er verstandig aan het college eens stevig aan de tand te voelen.
Waar zijn de afgewezen aanvragers gebleven?
Hoeveel waren het er?
Hebben zij de vragenlijst wel ontvangen?
Hoeveel hebben gereageerd?
En waarom zijn zij in de uiteindelijke resultaten niet meer zichtbaar?
Pas als ook die ervaringen worden meegenomen, ontstaat een eerlijk beeld van hoe toegankelijk de Wmo werkelijk is.
Tot die tijd blijft dit onderzoek vooral een lesje in statistische goochelkunst.
En misschien is dat nog wel de meest bijzondere Wmo-voorziening van allemaal.

Want blijkbaar bestaat er tegenwoordig ook een hulpmiddel waarmee je complete groepen inwoners kunt laten verdwijnen. Zonder dat iemand het merkt. Tot een statisticus het rapport openslaat.
Disclaimer: Deze column geeft uitsluitend de persoonlijke mening van de auteur weer. Reageer gerust met uw eigen visie. Wij beloven plechtig dat ook afwijkende meningen gewoon mogen meedoen aan de einduitslag. Dat schijnt tegenwoordig niet overal vanzelfsprekend meer te zijn.


