Woningnood in Oisterwijk? De gemeente bouwt geen huis, maar wel stapels papier

Van woningonderzoek naar beleidsjungle

Wie op zoek is naar een woning in Oisterwijk heeft weinig aan goede bedoelingen. Die zoekt geen visie, geen overlegstructuur en geen infographic. Die zoekt een huis.

Juist daarom was het een logisch idee toen de Oisterwijkse rekenkamer begin 2025 besloot onderzoek te doen naar het woningaanbod. De hoofdvraag was helder: hoe ziet het speelveld van het woningaanbod eruit en welke mogelijkheden heeft de gemeente om daar invloed op uit te oefenen?

Een relevante vraag. Want iedereen wist toen al dat de woningmarkt muurvast zat.

Maar ergens tussen de start van het onderzoek en het verschijnen van het rapport “Sturen met inzicht” gebeurde iets wonderlijks. Het onderwerp verdween.

Het onderzoek naar het woningaanbod veranderde ongemerkt in een studie naar gemeentelijke instrumenten, beleidsmogelijkheden, samenwerkingsvormen en bestuurlijke sturingsmechanismen. Met andere woorden: woningzoekenden vroegen om brood en kregen een handleiding voor de broodrooster.

De rekenkamer vergat haar eigen opdracht

Op de website van de gemeente staat keurig uitgelegd wat de rekenkamer doet. Zij onderzoekt de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van gevoerd beleid.

Gevoerd beleid.

Niet toekomstig beleid.

Niet mogelijke beleidsopties.

Niet een catalogus met bestuurlijke gereedschappen.

De vragen zouden moeten zijn: heeft het beleid gewerkt? Heeft het gedaan wat het moest doen? Was het efficiënt? Was het rechtmatig?

Maar wie het rapport leest, treft vooral een inventarisatie aan van wat gemeenten allemaal zouden kunnen doen. Dat is ongeveer hetzelfde als een APK-keuring waarbij de garage niet naar de auto kijkt, maar een folder uitdeelt over verkeersregels.

De vraag hoe effectief het bestaande woonbeleid van Oisterwijk daadwerkelijk is geweest, raakt ondergesneeuwd onder tientallen pagina’s beleidskunde.

De grote bouwillusie van de lokale politiek

In de tussentijd bereidden politieke partijen zich voor op de verkiezingen van maart 2026.

De ene partij wil meer betaalbare woningen. De andere wil slim bouwen. Weer een andere partij wil duurzaam, flexibel, toekomstbestendig of innovatief bouwen.

Het klinkt allemaal indrukwekkend. Tot je één simpele vraag stelt:

Wie bouwt die woningen eigenlijk?

Niet de gemeenteraad.

Niet het college.

Niet de beleidsadviseur.

Niet de projectleider wonen.

Niet de rekenkamer.

Geen enkele politieke partij heeft ooit een steen gemetseld, een fundering gestort of een dak gelegd. Gemeenten bouwen geen huizen. Ontwikkelaars, aannemers, corporaties en particuliere investeerders bouwen huizen.

Wat gemeenten doen, is regels maken.

En nog meer regels.

Bestemmingsplannen, omgevingsvisies, beleidskaders, participatietrajecten, toetsingskaders, woonagenda’s, uitvoeringsprogramma’s, overlegtafels en monitoringsoverleggen.

De politieke verkooptruc bestaat eruit dat al deze bureaucratie wordt gepresenteerd alsof er daadwerkelijk woningen worden gebouwd.

Maar een woonvisie levert geen sleutel op.

De versnellingstafel die niets versnelt

Het mooiste voorbeeld in het rapport is misschien wel de zogenaamde versnellingstafel.

Normale mensen zouden denken dat daar concrete belemmeringen worden weggenomen zodat sneller gebouwd kan worden.

Mis. De versnellingstafel blijkt vooral een overlegstructuur waarin gemeente, corporaties en marktpartijen samenkomen om de voortgang te monitoren.

Nederland heeft inmiddels een unieke bestuurlijke innovatie ontwikkeld: als iets te langzaam gaat, richten we een overleggroep op om te bespreken waarom het te langzaam gaat. Vervolgens vergaderen we over de resultaten van de vorige vergadering. Daarna schrijven we een rapport.

En als het echt tegenzit, huren we een extern adviesbureau in om uit te leggen waarom de vergaderingen nog niet voldoende resultaat opleveren.

De huizen wachten ondertussen geduldig af.

Adviesbureaus varen er wel bij

Ook hier duikt weer een bekend patroon op.

Voor vrijwel ieder maatschappelijk probleem wordt een extern bureau ingehuurd. Dat levert een rapport op van tientallen pagina’s, voorzien van schema’s, modellen, procesbeschrijvingen en aanbevelingen.

Het kost geld. Véél geld !

En vaak eindigt het rapport ergens op een digitale plank, waarna de volgende werkgroep mag onderzoeken waarom eerdere aanbevelingen niet zijn uitgevoerd.

De enige sector waarin daadwerkelijk zonder vertraging wordt gebouwd, lijkt soms de adviesindustrie.

Eén logische conclusie

Eind deze maand bespreekt de gemeenteraad het rapport.

Dat roept een ongemakkelijke vraag op.

Wat moet de raad eigenlijk met een onderzoek dat niet meer gaat over de oorspronkelijke onderzoeksvraag? Dat niet ingaat op de effectiviteit van bestaand beleid? En dat vooral laat zien welke bestuurlijke instrumenten de gemeente nog meer kan inzetten?

Misschien is de belangrijkste conclusie niet eens wat er in het rapport staat, maar wat er onbedoeld wordt bewezen. Namelijk dat de gemeente zelf geen woningen bouwt.

Sterker nog: hoe meer beleidsinstrumenten, overlegstructuren, monitoringssystemen, visies en regulering er worden toegevoegd, hoe langer het duurt voordat er daadwerkelijk een woning staat.

De woningnood wordt niet opgelost door nóg een rapport, nóg een overlegtafel of nóg een beleidsinstrument.

De harde waarheid is dat gemeenten geen huizen bouwen.

Hun regulering vertraagt vooral het bouwproces.

Disclaimer: Dit is mijn persoonlijke mening. Voel je vrij om het er hartgrondig mee oneens te zijn, erom te lachen of het compleet te negeren. Dat recht hebben we gelukkig allemaal nog.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven