Oisterwijk vangt de asielzoekers op, de regio kijkt toe

Al meer dan dertig jaar zegt Oisterwijk zelden nee als het gaat om asielopvang. Sinds de jaren negentig vervult de gemeente een belangrijke rol binnen de opvang van asielzoekers. Dat was ooit een afspraak. Inmiddels lijkt het bijna een automatisme geworden.

Is er extra opvangcapaciteit nodig in Hart van Brabant? Dan gaat al snel een blik richting Oisterwijk. En opvallend vaak volgt hetzelfde antwoord: natuurlijk, dat regelen we wel.

Officieel heet dat regionale solidariteit. In de praktijk lijkt het soms meer op een groepsopdracht waarbij één leerling het werk maakt en de rest zijn naam erboven zet.

Oisterwijk trekt de regionale kar

Met de Spreidingswet is die werkwijze zelfs officieel geworden. Gemeenten mogen onderling schuiven met opvangplaatsen zolang het regionale totaal maar gehaald wordt. Dat klinkt efficiënt, maar betekent vooral dat gemeenten die weinig willen doen kunnen leunen op gemeenten die bereid zijn meer te doen.

En laat Oisterwijk nu net al jarenlang die bereidwillige gemeente zijn.

Solidariteit zonder tegenprestatie

Natuurlijk ontvangt Oisterwijk geld voor de opvang. Het COA betaalt, het Rijk compenseert en de kosten worden grotendeels vergoed.

Maar geld is niet het hele verhaal.

Feit blijft dat Oisterwijk structureel een groter deel van de regionale opvangtaak op zich neemt dan strikt noodzakelijk zou zijn. Daar staat geen regionale tegenprestatie tegenover. Andere gemeenten leveren er niets voor in. Er vindt geen verrekening plaats. Er wordt simpelweg geprofiteerd van de bereidheid van Oisterwijk.

De beloning? Een reputatie als gemeente die altijd wel weer een oplossing vindt voor een probleem waar anderen liever omheen lopen.

Zodra er woningen nodig zijn, stopt de samenwerking

En daar wordt het interessant.

Want zodra asielzoekers een verblijfsvergunning krijgen en statushouder worden, verandert het spel volledig.

Bij opvang mag alles regionaal worden geregeld. Gemeenten schuiven met aantallen, maken afspraken en verdelen taken alsof gemeentegrenzen nauwelijks bestaan.

Maar zodra het gaat om de huisvesting van statushouders blijkt die regionale solidariteit ineens spoorloos verdwenen.

Dan krijgt iedere gemeente een eigen taakstelling en moet zij die zelfstandig uitvoeren. Geen regionale uitruil. Geen gezamenlijke verantwoordelijkheid. Geen flexibiliteit.

Dat is opmerkelijk.

Blijkbaar kan de regio prima functioneren als één geheel wanneer het gaat om opvangplaatsen, maar niet wanneer er woningen moeten worden gevonden.

Met andere woorden: de opvang delen we samen, de huisvesting zoek je zelf maar uit.

Wie daar logica in ziet, mag het uitleggen.

Vergaderen alsof je één gemeente bent

Dat beeld wordt nog sterker aan de regionale regietafel, waar gemeenten afspraken maken over opvang, doorstroom en huisvesting.

Volgens de eigen uitgangspunten gebeurt dat zelfs alsof de regio één gemeente is.

Dat klinkt prachtig.

Alleen is er één klein probleem: de regio is helemaal geen gemeente.

Er wordt vergaderd alsof alles gezamenlijk wordt aangepakt. Er worden scenario’s gemaakt, aantallen besproken en plannen afgestemd. Maar zodra de wettelijke verantwoordelijkheid voor huisvesting op tafel komt, blijkt iedereen ineens weer op zichzelf aangewezen.

Het is een beetje alsof een straat gezamenlijk beslist wie de tuin onderhoudt, maar zodra de rekening komt iedereen snel de voordeur achter zich dichttrekt.

De dubbele pet

Dan is er nog een opmerkelijk detail.

De burgemeester van Oisterwijk is tevens voorzitter van de Regionale Regietafel.

Dat hoeft uiteraard niets te betekenen. Maar het maakt het wel extra interessant dat juist Oisterwijk binnen de regio zo vaak bereid blijkt om extra opvangtaken op zich te nemen.

De één zal dat zien als betrokken bestuur. De ander kan zich afvragen of het wel erg comfortabel vergaderen is wanneer de gemeente van de voorzitter steeds weer bereid blijkt de regionale problemen op te lossen.

Tijd voor een eerlijk gesprek

Niemand betwist dat asielopvang ergens moet plaatsvinden. Ook niet dat gemeenten elkaar soms moeten helpen.

Maar echte samenwerking werkt twee kanten op.

Zolang Oisterwijk meer opvang verzorgt dan nodig is, terwijl andere gemeenten daar nauwelijks iets tegenover zetten, blijft het gevoel bestaan dat de gemeente vooral andermans verantwoordelijkheid helpt invullen.

En zolang regionale solidariteit alleen geldt bij opvang, maar niet bij de huisvesting die daarop volgt, blijft sprake van een systeem met twee maten.

Misschien is het tijd om dat gewoon eerlijk te benoemen.

Want op dit moment lijkt het vooral hierop neer te komen: Oisterwijk doet het extra werk, de regio bedankt vriendelijk en schuift vervolgens aan voor de volgende vergadering.

Disclaimer: Dit artikel pretendeert niet objectief te zijn. Dat scheelt weer een hoop schijnheiligheid.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven